Gedichten over 5 april 1943

Marcel Pira, Clem Schouwenaars, Staf Versweyveld, Hermine Couvreur, Adriaan De Roover, Ivo Michiels. Het zijn bekende en minder bekende auteurs die aan de slag zijn gegaan met de moeilijke herinneringen aan het bombardement. Hieronder een bloemlezing van hun poëzie en proza over die maandag 5 april 1943.

Marcel Pira

Marcel Pira, geboren in Relst (1929) , gehuwd met Lea Van Gerven -getuige van het bombardement- en gestorven in Mortsel (2017). Veelzijdig kunstliefhebber en dichter. Zijn poëzie is op muziek gezet door Mortsels componist Guy Cuyvers in “Triptiek voor 5 april”. 

5 april 1943

De smaak van oorlog is een smaak van bloed,
verloren bloed dat blinde haat zal voeden.
Het krijgsgedreun vernedert milde moed
die balsem aanreikt boven geselroeden.
Bommen zaaiden bij lentezon een gloed
van brandend puin. Niemand kon het vermoeden.
Wat kiemend leeft, ademde stof en roet.
Wie kan de sterfangst van een kind vergoeden ?

Hier, niet vergeten in een bittere schoot,
liggen de sprakelozen die naar de vogels keken
in een vreemd land geladen met de dood. 

Wij horen in een uur van opstand stemmen spreken : 
wilde verbijstering om vijf april.
Hoe heilig is hun graf hier en hoe stil…

De smaak van vrede is een smaak van lente
met duiven, scheerlings boven dak en weiden
de wolken in, zeilend naar ’t onbekende
welzijnsland van melk en honing: nieuwe tijden.

Vergiffenis van sneeuw dekte ellende
in ’t zwart geblakerde labyrint van lijden.

Vrede en vrijheid bieden hoge rente
aan zielsmuziek die Liefde kan bereiden.

De doden van april geven ons ’t oorlogskruis:
hun nobel testament met geen geweld te wreken.

Ze wonen in ons hart, hun hemelland, hun thuis. 

(het vers in cursief staat op de gedenksteen van het ereperk in Mortsel)

 

Liedje voor een kind

Er is een kind gestorven
in dagen veel te moe.

Het had nog niets verkorven,
en toch is het gestorven,
de oogjes toe.

Voor ’t meisje van twee jaar
wogen geen dagen zwaar.
’t Kende geen dood, slechts leven.

’t Liep argeloos door de dreven,
een bron zo klaar.

Er heeft de hand geschoten
van een soldaat,
te jong, te onverdroten:
de hand van ’t kwaad.

Ik hielp dat kind begraven.

De oorlog ging voorbij.

Men hoorde paarden draven:
het werd weer mei.

Maar soms, als lentewinden
té droevig zijn,
kan men het kindje vinden
in angst en pijn.

 

De smaak van vrede

De smaak van vrede is een smaak van lente
met duiven, scheerlings boven dak en weiden
de wolken in, zeilend naar ’t onbekende
welzijnsland van melk en honing: nieuwe tijden.

Vergiffenis van sneeuw dekte ellende
in ’t zwart geblakerde labyrint van lijden.

Vrede en vrijheid bieden hoge rente
aan zielsmuziek die Liefde kan bereiden.

De doden van april geven ons ’t oorlogskruis:
hun nobel testament met geen geweld te wreken.

Ze wonen in ons hart, hun hemelland, hun thuis.

Clem Schouwenaars

Clem Schouwenaars, bekend auteur, geboren in Mortsel (1932) gestorven in Lubbeek (1993).  In 1943 komt z’n enige zusje om bij het bombardement. Samen met z’n vader haalde Schouwenaars haar onder het puin uit van haar school. 

Mijn vader was veertig jaar oud, ik tien jaar, drie maanden en één week. Twee uren wroetten wij samen in het puin van de gemeenteschool, waar Greta in de zevende klas zat. Toen we haar vonden, lag ze met één hand voor haar ogen, ongeschonden, slechts met drie blauwe vlekjes. Daarom was het zo moeilijk te geloven dat ze net zo dood was als al de meisjes die we voor haar vonden. Mijn vader was veertig jaar oud, ik even oud als hij.

Klik hier voor de herdenkingspagina van Greta Schouwenaars.

Staf Versweyveld

Staf Versweyveld uit Edegem schreef dit gedicht op 5 april 1993 naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van het bombardement. 

Mortsel 5 april 1943… Geen doodgewone dag

vol onvermoeden, lieve moeder Mortsel

begon jij aan een onverschenen dag,

een doodgewone lentedag,

mooi en ongeschonden, vroeg nog in april

en er bloeiden al wat bloemen

in het perk onder de boom met de vergeten winterpeer.

Jij had het warm en welgemoed zag jij je kroost,

doende in jouw gulle omarming, de weldoordachte daden

van voortgang en geloof, van vaste hoop

op welzijn en op een blijde vrede.

Jij zegende hun bede,

jij koesterde hun lot,

jouw zeer beminde kinderen,

van de oorlogsmoede, de goede oude god.

Vol plotse onrust, moeder Mortsel,

zag jij ze doemen aan de kim,

de zilveren ruiters, de vogels van verdriet,

luid zingend, wit in het zonlicht glimmend,

voerden zij het woest lied

van de onverzaadbare dood,

maar vluchten met jouw bloed,

dan kon jij, moeder, niet.

En ze sloegen op jouw lichaam,

ze klauwden in jouw lijf

en je voelde hoe ze stierven, een na een:

onrijp het jonge kind met lezende lezers op de lippen,

met rijmpjes in het kinderhart en in de hand

een telraam en een nog schone lei, ongegriffeld,

zoals de onvergolden vrouw met barensgrage vormen,

jonkvrouwelijk schoon, voor liefde teder toegedaan,

fluwelig zacht haar wezen, onvoorbereid op onbestaan,

naast haar de stoere man met in de mond een halve vloek

en in de vuist de hamer van het welzijn en van het dagelijks brood

van geef ons heden, heer, onweerbaar ongereed, gestorven  bruine beer,

en ook het oude echtpaar werd onverhoeds ontrukt,

verschrikt, elkaar dicht aangeklampt, uit het leven weggeplukt,

onthutst hun tijd ten spijt, een veel te vroege dood.

Jij zag ze vragend sterven in de warmte van jouw schoot.

Ach, lieve moeder Mortsel,

onlijdbaar was jouw zinloos leed, onzegbaar jouw verdriet

reeds vijftig jaren rusten thans de zielen van wie niet meer jarig werd

en ouder na die onvolvoerde dag.

Vandaag, vroeg nog in april, bloeien onverscholen weer bloemen in het gras,

naast de onvergeten graven, gedolven in jouw aarden jas,

naast de rijen kleine kruisjes, ontschoten uit jouw moederhart,

jij mater dolorosa, onheelbaar, gestold versteende moedersmart.

Hermine Couvreur

Hermine Couvreur, ook een dichteres uit Mortsel die in het bundeltje ‘spuit aarde over puin’ gedichten over oorlog en vrede, enkele verzen wijdt aan het bombardement dat haar ouders mee beleefd hebben. Uit de cyclus ‘de verkeerde kant’.

op een binnenplaats, 5 april 1943 

schoenen soppen in bloed en hersenen 

zoeken een weg uit puin en paniek 

botten barsten, vlees versmelt met metaal 

monden schreeuwen, handen branden 

de hangar op het netvlies, de wimpers vol gruis 

scherven kerven littekens op huid 

 

vrijheid van onderneming 

de knopen aan zijn uniform zitten vast met schrikdraad 

de hangar brandt maar hij ontsnapt 

hij zwijgt over de kant die hij koos 

handelt in naaimachines van Adler 

 

collateral damage 

ze vernauwen het bewustzijn 

suiker van de zwarte markt smaakt zoet 

in alle tijden vallen mensen 

tussen wal en schip 

klas 

Esther is afwezig, niemand vraagt naar Ruth 

het zwijgen overbrugt de lege plaatsen 

wie overblijft als een krijtstreep op het bord weet 

geschiedenis wordt blind en stom geschreven 

de som van de afwezigen niet berekend

Adriaan De Roover

De modernistische dichter Adriaan de Roover – een jeugdvriend van Ivo Michiels – is in 1923 te Mortsel geboren en heeft als twintigjarige het bombardement van 5 april meegemaakt. Zijn gedicht ‘Luchtaanval’ komt uit de bundel Enkelvoudig blauw, gepubliceerd in 2011, vijf jaar voor zijn dood. 

aardediep genesteld

zoeken kind en grijsaard

in elkaars ogen troost

hoog boven hun wankele woonst

slaan blikken vogels

roekeloos hun vleugels uit

vanop daken

keft

het vaderlands geschut

de stad krimpt als een dorp in elkaar

 

engelen schilderen heldhaftig

rode kruisen op hun vele borsten

zij delen speelgoed uit

en bosjes ogentroost

 

plots duikt de dood uit de hemel

een nijdige vuurvlieg

een gierende slechtvalk

oorverdovend snel

oogverblindend luid

maar rakelings naast

Ivo Michiels

Ivo Michiels is in 1923 geboren in Mortsel en in 2012 gestorven in Frankrijk. Hij wordt beschouwd als een pionier van het experimentele proza. In 1989 verschijnt ‘Prima Materia’ het vierde deel uit z’n reeks ‘Journal Brut’. Daarin staan (p. 136-141) de herinneringen van de schrijver aan het bombardement van Mortsel in 1943. Michiels beschrijft dat in één lang uitgerekte zin.

f  van furioso

Dat ene ogenblik, dit ene ondeelbare lange ogenblik krimpt de wereld, de niet-wereld, de niet-meer-wereld samen tot de nauwelijks in ’t oog springende stip op de kaart, de onbeduidende spetter, het platgedrukte insekteschubje waar de spetter op gelijkt, de nietige stip gevat in het web van vertrekkende en arriverende lijnen, wegen, en waarin, in de vlek, de spat – dit wil zeggen in het vele malen vergrote insect zoals het thans dienst doet als plattegrond voor de navigator in de spits van de escadrille maar niettemin voort dezelfde stip blijft, de onopvallende, speldeknop tussen de speldeknoppen op de stedenwijzer van het continent, noordnoordwest de letter s van schooltje staat geschreven en zuidzuidwest de letter a van (voormalige) automobielassemblageateliers en zuidzuidoost de letter f van fotochemische fabriek, en reeds is de escadrille het neusdeel van het eskader, doorgestoten tot aan de geïsoleerde daken van de spetter, vredig te blikkeren in de doordeweekse zon, de prille, die van april, doorgestoten tot op drievierde seconde van de aanduiding a van de automobielassemblageetcetera en in het schooltje maakt Zuster Maria-Angelica nog net de bedenking: Waar kinderen zijn is het de Heer zelf die met de knikkers speelt, terwijl in de ateliers het lassen en hameren aan de gevechtswagens zijn gangetje gaat en dwars door de f, de fotografische f, bijvoorbeeld een man stapt gehuld in een witte schort, hij stapt zonder haast, voorbij de gevels van deze ommuurde stip binnen de stip, voorbij de met ijzeren platen afgeschermde ramen, over rails, voorbij buizen, verticaal opklimmend tegen de gevels, horizontaal wegschietend, stapt door weer andere straten, voorbij andere gevels, de baksteen zo goed als zwart, over andere rails, voorbij andere buizen, kilometers buizen, laag onder tegen de muur aan, of op schouderhoogte, op etagehoogte, hoger nog, dwars over de straat gelegd, als balkwerk, gebinte, straatgebinte, stapt en knippert een weinig met de ogen nu hij uit de donkere kamer in het daglicht is getreden, uit de donkere kamer die van ver noch nabij een kamer is maar een onmetelijke zaal, op z’n minst wel vijftig donkere kamers samen, een magazijn waar hij reeds een kwarteeuw lang de bewaker is, de vellen papieren bewaakt – de witte vellen keurig zwart verpakt, 6×9, 9×12, 12×24, 24×36 – de emulsies bewaart, de portretten in potentie, de landschappen in potentie, de souvenirs, de huwelijken, de plechtige communies de naakten de gruwelen in potentie, opslaat en sorteert en expedieert, van daaruit, en daartussen, zeggen we ongeveer in het midden van de aanduiding f en de aanduiding a en de aanduiding s op de plattegrond van de navigator, maakt een ma die mogelijk mijn ma is de bedden op terwijl ze mummelt, het hoofd wendend naar het dakraam dat hoog staat opgestoken, een hap bijt uit de lucht: Hoor ik daar niets?, en aan het zuidelijke begin van de straat van de ma schuiven de trams nietsvermoedend bij de vlek naar binnen en schuiven andere trams de vlek weer uit en Louisette in haar winkel die nog steeds de winkel van haar ouders is fluistert dat ze binnenkort opnieuw koffie zullen hebben, echte, bonen, voor de intiemen van de zaak, en in een kostschool voor onze grotere jongens een flink stuk uit de buurt, ver buiten de omtreklijn waar de navigator zich het hoofd over breekt, wordt een knaap aan de deur gezet omdat hij tijdens de les Vaderlandse Geschiedenis met zijn vingers in de broek van zijn buurjongen is gegaan en de meester toornt, wijst, roept: Daar komt een staartje aan, reken maar!, wat noch met de stip noch met de navigator iets te maken heeft, of misschien juist wel, maar de tijd ontbreekt om daar op in te gaan, zelfs Zuster Maria-Angelica heeft niet meer de tijd om Jezusmariajozef te mompelen, reeds ligt haar hoofd van de romp gescheiden, worden links en rechts ledematen van rompen gescheiden, het schooltje inderdaad het eerst getroffen, het felst, de volle lading nog vooraleer een alarmsein of windstoot door de lucht is gegaan, een vlek van niemendal die openspat, spattend een ster maakt, ernaast en errond voortschrijdend sterren maakt, de gemeente eensklaps een veelvoud van sterren met punten die bloeden, opwoelend puin maakt, hel maakt, het is op slag een razen en draven, gieren en gillen, dat voor generaties door onze straten gaat en omdat de man in de witte schort die vermoedelijk mijn pa is, het in zijn hoofd heeft gehaald op hol te slaan op een plaats over rails, tussen buizen, door het labyrint waar hij in de regel – hoe genadig het ongenadig toeval wel is – niet verondersteld wordt te hollen, en mijn ma de bedden maakt op een ogenblik dat geen bom het in d’r kop steekt ter plekke neer te suizen, mijn broer zijn vak leert in de stad waar de navigator bij wijze van spreken geen brood op de plank heeft en ik, uw handstand mislukkende dienaar, al eerder uit deze contreien ben verdwenen, plus minus vijfhonderd kilometer oostwaarts tussen de ware vijanden mijn tenten heb opgeslagen indien ik deze uitdrukking mag gebruiken, daardoor ontsnapt ons gezin aan de massacre precies gelijk de voormalige automobielassemblageateliers waar het, naar we later zullen vernemen maar van meetaf hebben geweten, allemaal om te doen is geweest, schandelijkerwijze ontsnappen aan de massacre zodat er vooral in ’t hart van onze gemeente voor niks een hap uit de hoop en het geloof en de ootmoed is genomen en jazeker, ook in de fabriek zit er zo’n hap, niet dezelfde, geen hap uit het hart maar toch een hap, ginds en ginds, en de heer Theo zegt: Onze schone gemeente, wat een gruwel, onze brave mensen, de kindertjes, wat een gruwel, en curieus zegt hij, zo te midden van de bommen, de trechters, en niettemin gespaard gebleven, onze turnzaal als bij wonder gespaard gebleven, daar moeten wij de Vinger van Boven in zien, zegt hij, laten wij de vergadering openen met het gebed.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s