Hélène Possemiers

40 jaar

°23/01/1903, Hofstade

woonde in Mortsel, Mechelsesteenweg 28

was zuster Jeanne d’Arc in Sint-Vincentius

overleed met haar 1ste leerjaar

Zuster Jeanne d’Arc werd dood gevonden in de krater met de lichaampjes van haar dode klasje rond haar. Directrice zuster Marie-Pierre zag haar collega nog net voor ze ook zelf onder het puin werd bedolven: ‘Zuster Jeanne d’Arc zat in de gang tegen de muur gehurkt met heel haar klas om zich heen gedrumd. Met de handen voor de ogen. Ze wilde niet meekomen.’

Zuster Richarda vond de zuster en haar klasje: ‘In de hal van het oude gebouw, de vroegere villa, lagen drie stoffelijke overschotten, onder wie zuster Jeanne d’Arc. Men had haar geknield gevonden in de gang van de school, de handen voor het aangezicht en het ganse eerste studiejaar rondom haar geschaard. Behalve twee zwaargewonden waren alle aanwezige leerlingen dood.’

Hulpverlener Staf Van Dingenen: ‘Dat is het ergste wat ik ooit gezien heb. De lagere school was gewoon in de grond geboord. De beelden van die kinderen zal ik nooit vergeten. Ze zaten allemaal min of meer in dezelfde houding. Gehurkt, als foetussen in een baarmoeder. Die bom had hen letterlijk in de schoot van de aarde geduwd.’

Een gedachte over “Hélène Possemiers

  1. Ode aan mijn tante Mit en de zuster die mijn leven redde.
    5 april 1943…; het was inderdaad begonnen als een schitterende lentedag.
    Ik was 8 jaar en juist geopereerd van een appendix, en mijn moeder wou dat ik die dag een halve namiddag naar school ging.
    Soeur Jeanne-d’Arc (Saint Vincent was toen een Franssprekende school) vond dat ik er nog maar wat bleekjes uitzag en raadde mijn moeder aan om met mij naar de grot van Edegem op bedevaart te gaan. Zogezegd, zogedaan.
    Onderweg hoorden we de bommen vallen en we doken in een gracht, mijn moeder ging boven op me liggen om me te beschermen. Ons hondje, den Tootte ging lopen van schrik.
    Toen we in Mortsel terug aankwamen zagen we de enorme ravage. De eerste die we gewond boven op zijn ingestorte huis op de Statielei zagen zitten, was mijn nonkel Flor (Flor Carvers), zijn been was geamputeerd en door zijn dij stak een stok of balk. Hij riep op mijn moeder opdat zij zou gaan zoeken naar zijn vrouw, mijn tante Mit. Maar mama heeft me eerst naar huis gebracht. Ons huis, ook op de Statielei was behoorlijk gehavend, maar stond nog recht.
    Mijn tante werd levend onder het puin vandaan gehaald, maar ze is enkele dagen later overleden in het Stuivenbergziekenhuis.
    De zuster die ons op bedevaart stuurde en al mijn klasgenootjes, waren allemaal omgekomen, op 3 na. Die zuster heeft dus mijn leven gered en dank zij haar ben ik nu al 83 jaar en heb 2 kinderen, 3 kleinkinderen en 3 achterkleinkinderen. En kon ik dit verhaal na 75 jaar nog met jullie delen.

    Simone Carvers
    ° 18/7/1934
    Deze brief werd geschreven ter herinnering aan het bombartement, 75 jaar na datum

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s