Op 30 oktober jl werd aan de Mechelesteenweg 100 in Mortsel, tijdens een korte plechtigheid een struikelsteen ingehuldigd ter nagedachtenis van Joannes “Jan” ROMEO, lid van het verzet en gestorven op 30/9/1944 in Duitsland.

Jules Jonkers, medewerker van Cultuur & (Immaterieel) Erfgoed Zuidrand, heeft zijn levensverhaal opgetekend.
Beste nabestaanden, vertegenwoordigers van de Stad Mortsel, Sympathisanten. Vandaag herdenken we Jan Romeo, niet alleen met deze struikelsteen, maar belangrijker wellicht met zijn verhaal. Een verhaal waarvan we hopen dat het nog lang verteld wordt en bijgevolg niet vergeten geraakt.
Wanneer in 1940 de oorlog ook België bereikt is Louisette Vaerewijck 18 jaar oud. Ze woont samen met haar ouders in hun kruidenierszaak, gevestigd in het pand waarvoor wij nu staan (Mechelsesteenweg 100, het huidige restaurant Pizza Bella Rosa). Louisette en Jan Romeo kennen elkaar al enkele jaren en gedurende die periode worden de twee verliefd. Ook tijdens de oorlogsjaren blijft hun liefde voor elkaar duidelijk. In februari 1941 geeft Jan Louisette een foto met op de achterkant “Van Romeo aan Juliette”.
Een jaar later wordt Jan verplicht tewerkgesteld in Duitsland. Daar houdt hij contact met het thuisfront via brieven aan zijn geliefde. Wanneer Jan bij een werkongeval een vinger verliest mag hij op ziekteverlof terug naar huis. Omdat Louisette als ongehuwde zelf het risico loopt om ook verplicht te worden tewerkgesteld, wordt er in alle haast besproken het huwelijk tussen Jan en Louisette te bespoedigen. Op 15 april 1944, in het zaaltje achter café Scaldis, in het gebouw hiernaast (de huidige kapperszaak Barbershop Victor), trouwt het echtpaar. De twee trekken in boven de kruidenierszaak en bereiden zich voor om drie dagen later in datzelfde café een feest te houden voor vrienden en kennissen. Wat Louisette op dat moment niet weet is dat het zaaltje al enige tijd het trefpunt is van verzetslieden van de “Nationaal Koninklijke Beweging NKB”, dat velen onder de genodigden zelf leden van het verzet zijn en dat Jan zelf ook deel uitmaakt van de verzetsgroep.

Wat niemand van genodigden wist, was dat ook de Geheime Feldpolizei op de hoogte was van de verzetsgroep. Al geruime tijd hielden ze café Scaldis in burgerkledij in het oog vanuit het café De Valk, aan de overkant van de Mechelsesteenweg (het huidige café Manger). Op 18 april, drie dagen na het huwelijk van Jan en Louisette, omsingelt de GFP Café Scaldis. Gewapend bedreigen ze de aanwezigen en controleren ze hun papieren. Op één iemand na -Marcel, de broer van Louisette die kon ontsnappen- worden de verzetsstrijders opgepakt en in een gesloten vrachtwagen weggevoerd. Intussen staan buren, familieleden, en Louisette op straat te kijken hoe hun geliefden en vrienden door de GFP worden meegenomen.
De mannen worden overgebracht naar de gevangenis van Antwerpen, in de Begijnenstraat. Een maand lang worden ze hier vastgehouden zonder bezoek te mogen ontvangen. Louisette krijgt in die tijd nog één brief van Jan. Hij vraagt haar of ze een pakket kan sturen met “een overal, sloefen, hemd, onderlijf, paar kousen, handdoek, gazet, tabac en blaaikes, bouillon cubes, zeep, scheergerief, zakdoeken, kam, en sigaretten”. Hij probeert haar nog gerust te stellen met de volgende woorden: “En nu mijn liefste schat, gij moet niet treuren over mij, dan zal ik gerust zijn en ik hoop dat ik vlug ’t huis zal zijn en dan zal ik een gezond en sterk vrouwtje terugvinden”.
Deze hereniging zal echter nooit plaatsvinden. Op 23 mei 1944 wordt Jan samen met andere Belgische gevangen weggevoerd vanuit het Ooststation te Antwerpen. Na dagen vol koude, honger, en dorst bereiken ze het kamp Buchenwald. In onmenselijke omstandigheden worden ze uit de wagons gedwongen. Jan krijgt een gevangenisvest met een rode driehoek, wat duidt op “Politiek Gevangene” met het nummer 54081. Samen met zijn vriend Rik Verbraeken wordt hij overgeplaatst naar Ellrich, een subkamp van Dora-Mittelbau, in het Harzgebergte in Centraal-Duitsland. Hier worden Jan en zijn medegevangenen tot meedogenloos zware arbeid gedwongen. Naast twaalf uur graafwerk om ondergrondse wapenfabrieken te bouwen, worden de gevangenen uren wakker gehouden. Ruimte voor rust is er niet. Het slavenwerk is een terdoodveroordeling van lange adem. Uitputting en ontbering leiden ertoe dat Jan met dysenterie in de ziekenboeg belandt. Deze plaats diende eerder als quarantaine dan als ziekenopvang. Op 30 september 1944 overlijdt Jan in gevangenschap. Voor hij sterft komt hij door bemiddeling van het Rode Kruis nog net te weten dat Louisette in verwachting was van hun dochtertje, Rita.
Zijn vriend Rik Verbraeken overleeft ternauwernood de concentratiekampgruwel. Wanneer de Amerikanen het kamp bevrijden weegt hij amper 38 kg. Een paar keer per jaar blijven de gezinnen van de gearresteerde mannen samenkomen in het zaaltje achter in de Scaldis. Ze herdenken hun vrienden en familie en maken ruimte voor nieuwe herinneringen.
Lieve nabestaanden, vrienden, voor zovelen is deze plek op de Mechelsesteenweg een Lieu de Mémoire, een herinneringsplek die een verhaal vertelt van pijn, verraad en verlies, maar ook één van verzet, vriendschap, en liefde. Laten we met deze gedenksteen dit verhaal verankeren in het straatbeeld, in al haar facetten. Zodat we kunnen blijven onthouden wat mensen zoals Jan Romeo, Louisette Vaerewijck, hun vrienden, en hun familie hebben gegeven in de naam van de liefde.

met dank aan Jo Vervoort voor de foto’s
